Maandag is er de langverwachte Staten-Generaal van het onderwijs waarop gedeputeerde Jean-Paul Peuskens (sp.a) zijn tien actiepunten voor het Limburgs onderwijs zal voorstellen. Over de inhoud, de lengte en de aanpak van die Staten-Generaal is al wat commotie geweest. Wat is volgens minister van Onderwijs Hilde Crevits en minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) de oplossing om de achterstand - vooral in de mijngemeenten en de steden - weg te werken? “Meer geld alleen zal in elk geval niet veel helpen. We moeten werken via de Huizen van het Kind, via de kleinsten. Ook een school kan niet alles oplossen.”

Het onderwijs in Limburg valt of staat niet bij die Staten-Generaal

HbvL: Jullie partijgenoot Vera Jans had meer van die Staten-Generaal verwacht dan iets van twee uurtjes. En jullie?

Vandeurzen: “Het onderwijs in Limburg valt of staat niet bij die Staten-Generaal. Voor mij is dit een formeel moment waarin we samen met de gedeputeerde van Onderwijs en de gouverneur bekijken hoe ver we staan. Het is geen eindpunt.”

Crevits: “Limburg mag eerst en vooral zijn schouders rechten en trots zijn op wat ze wel hebben. Ik heb de afgelopen maanden veel scholen bezocht en ik heb gemerkt dat de vibes goed zitten. Veel scholen zijn bezig met vernieu-wende zaken.”

HbvL: over welke scholen hebt u het dan?

Crevits: “Ik ben in Maaseik, Bree, Beringen, Heusden-Zolder en Tongeren geweest, waar ze nieuwe scholen hebben gebouwd en waar ze van die gelegenheid gebruik hebben gemaakt om zich als campusschool ( een school met zowel ASO, TSO als BSO, red) of domeinschool ( rond één thema) te organiseren. Limburg heeft ook volop gebruikgemaakt van het programma Scholen van morgen om te bouwen. Andere Vlaamse regio's mogen daar een voorbeeld aan nemen. Ik heb ook een directeur ontmoet als Tom Cox van Kindsheid Jesu, die voorzitter is van LIEN, een netwerk van eerstegraadscholen die allemaal van elkaar leren en vernieuwend bezig zijn.

HbvL: We hebben ongetwijfeld ook in Limburg een goede top, maar deze week bleek uit het Pisa-onderzoek dat de groep 15-jarige scholieren die slecht presteert in Vlaanderen, enorm is gegroeid, van 12 procent in 2006 naar 17 procent nu. Als we dit vertalen naar Limburg, dan worden onze problemen zelfs groter

Crevits: “Voor wiskunde zijn we de beste van Europa, voor wetenschappen zitten we in de top drie en voor leesvaardigheid in de top vijf. De sterksten blijven het goed doen. Dat geldt ook voor Limburg, maar ik zie ook de cijfers: 1 op de 9 Limburgse kinderen wordt geboren in een kansarm gezin, 1 op de 7 leeft onder de armoedegrens, de scholingsgraad in 35 gemeenten ligt onder het Vlaams gemiddelde, 25 procent van de kinderen uit de mijngemeenten spreekt thuis geen Nederlands,… Uit Pisa blijkt ook dat Vlaanderen meer kinderen met een migratie-achtergrond heeft dan het gemiddelde van de Oeso-landen, de welvarende landen: 14 procent tegen 12,5 procent. Maar - en dat verontrust me het meest: de tweede generatie doet het in alle andere Oeso-landen beter dan de eerste, behalve bij ons. Hier blijven we op hetzelfde niveau steken. Ik heb er ook al met minister Liesbeth Homans (N-VA) over gepraat, ergens loopt er toch iets fout met de integratie.”

HbvL: En de reden?

Crevits: “Een leraar uit Maaseik heeft me eens verteld dat als de jongeren klaar zijn met hun middelbaar, ze perfect Nederlands spreken. Maar dat als ze later met hun jongsten aan de schoolpoort staan, kunnen de leerkrachten weer van vooraf aan beginnen.”

HbvL: Omdat er nog veel getrouwd wordt met een partner uit het buitenland bedoelt u?

Crevits: “Ik heb er geen verklaring voor. Uit allerlei studies blijkt wel dat meertaligheid een pluspunt is, maar je moet toch een minimale kennis hebben van het Nederlands, vind ik. We kunnen ook niet alle zorgen overlaten aan het onderwijs. Scholen kunnen niet alles oplossen. Ook ouders hebben een verantwoordelijkheid.”

Vandeurzen: “Daarom hoop ik dat de Staten-Generaal zal inzetten op de eerste levensjaren. Taalstimulering van jonge kinderen is erg belangrijk. We moeten gaan werken via de Huizen van het Kind om die zaken aan te pakken, zoals al in Genk gebeurt. Onderwijs en Welzijn moeten de problemen samen met de lokale besturen aanpakken.

Crevits: “Je kan in die Huizen van het Kind ook aan huiswerkbegeleiding doen bijvoorbeeld. Ze passen echt in het concept van de brede school.”

HbvL: Jullie hebben toch al Kind en Taal waarbij ingezet wordt op het stimuleren van taal bij jonge kinderen?

Vandeurzen: “Dit project loopt al in 13 Limburgse gemeenten, maar het kan misschien nog uitgebreid worden, door bijvoorbeeld nog meer in te zetten op vrijwilligers voor begeleiding aan huis of in de kleuterklasjes. Limburg kan ook overwegen om een vorm van ondersteuning te voorzien voor andere regio's die dit project ook willen.”

HbvL: Is er na zeven jaar Kind en Taal ook al verbetering zichtbaar?

Vandeurzen: “Ja, de eerste signalen zijn positief.”

Crevits: “We zien ook een lichte verbetering bij de oudere groep, bij de doorstroming naar het hoger onderwijs. Daar zit Limburg bijna op Vlaams niveau, 33,8 procent tegenover 34 procent.”

HbvL: Maar slagen ze ook voor dat hoger onderwijs?

Crevits: “Van de studenten die gestart zijn in 2010 zien we dat bijna 32 procent zijn bachelor haalt in drie jaar, het Vlaams gemiddelde ligt op 33,5 procent. En 63 procent heeft dat binnen de vijf jaar, daar doet Antwerpen en Brussel het slechter. De slaagcijfers voor de toelatingsproef geneeskunde zijn het laatste jaar wel fors verbeterd: de kloof is gedicht. De band tussen hoger onderwijs en secundair is ook heel goed, merk ik bij zowel UCLL als bij PXL. Ook daar kunnen ze buiten Limburg nog iets van leren. Er is ook een goed traject om leerlingen naar het technisch onderwijs te krijgen.”

Toch verliest dat technisch onderwijs elk jaar leerlingen. Ook al omdat allochtonen wegblijven uit het nijverheidsonderwijs. Vanuit Meulenberg nemen ze bijvoorbeeld liever de bus naar Hasselt voor een vage kantooropleiding, in plaats van een paar straten verder een technische opleiding te volgen in Don Bosco. Terwijl die laatste hen echt meteen een job oplevert.

Crevits: “Ik ken dit soort verhalen. Daarom ook dat we de richtingen in het secundair aan het herbekijken zijn en we die een nieuwe invulling geven, aangepast aan de arbeidsmarkt. We gaan bij de opleidingen ook duidelijk aangeven of die voorbereiden op de arbeidsmarkt of op voortstuderen.”

HbvL: Maar ik hoor dat die kantooropleidingen er nog altijd inzitten, ze krijgen alleen een nieuwe naam.

Crevits: “Dat klopt niet. Op een bepaald moment stonden ook de handelsscholen aan mijn deur, omdat ze dachten dat ze geliquideerd werden. Ook dat is niet waar. Maar we gaan die opleidingen wel actualiseren zodat ze inhoudelijk aansluiten op de arbeidsmarkt.”

Vandeurzen: “Wat die techniekopleidingen betreft: daarom investeren we ook met Salk in de technologiecampus T2 in Genk, waarbij je technische opleidingen op allerlei niveaus zal kunnen volgen.”

Crevits: “Een ander probleem is dat er veel kinderen de lagere school afsluiten met een achterstand waardoor ze in de 1B-klas belanden in het middelbaar. Die komen doorgaans in het beroeps terecht. Door de modernisering van het onderwijs gaan we hen vier uur extra algemene vakken geven om te zorgen dat ze de basiskennis voor rekenen en taal meekrijgen. We willen een netwerk opstarten dat uitwijst hoe je dit pedagogisch aanpakt. Ides Nicaise van de Onderzoeksgroep Onderwijs van de KU Leuven vraagt dat ik een keurkorps stuur naar concentratiescholen. Maar ik wil dat elke leerkracht leert lesgeven aan anderstaligen. Daarvoor wil ik de lerarenopleiding aanpassen. Dit is niet alleen een taak van de leerkracht Nederlands.”

HbvL: Maar hoe maak je die grote groep laagpresteerders uit het Pisa-rapport weer kleiner?

Crevits: “Ik verwacht veel van HBO5, het hoger beroepsonderwijs. Dit is een goede opstap naar een bachelor. Ik zie dat het hoger onderwijs in Limburg zich ook daarop aan het voorbereiden is. Het inschuiven van die opleiding in het hoger onderwijs komt er aan.”

HbvL: De hogescholen zien het ook als een manier om meer studenten in te schrijven en zo groter te worden.

Crevits: “Dat kunnen we alleen maar toejuichen. Ik zie trouwens dat het hoger onderwijs in Limburg al goede banden heeft met het secundair. Daar kunnen ze in andere provincies iets van leren hoor.”

HbvL: Maar het zou toch beter zijn als die Limburgse jongeren na het middelbaar meteen voor een bachelor gaan, dan verliezen ze minder tijd?

Crevits: “Nu is voor sommige jongeren die overgang van middelbaar naar hoger onderwijs net te bruusk. Ik verkies het opklimmen boven het watervalsysteem. Daarom dat ik de meerwaarde zie van dat hoger beroeps en daarom dat ik meer tutoring-projecten zou willen zoals ik aan de Universiteit Hasselt heb gezien en waarbij oudere studenten de starters helpen.”

HbvL: De onderwijsproblemen in Limburg zouden meteen opgelost zijn als de kinderen beter gespreid worden. Want nu hebben we nog altijd concentratiescholen zonder enige sociale mix.

Crevits: “Dat is een moeilijk debat. Het parlement is de huidige regels voor het inschrijven aan het herbekijken. In Gent hebben ze daar goede ervaringen mee, in Antwerpen niet. We hebben in dit land vrijheid van onderwijs. Ouders kunnen de school en het pedagogisch project zelf kiezen.”

HbvL: We hebben nog eens opgelijst welke middelen er de laatste jaren allemaal naar het onderwijs in Limburg zijn gegaan. Dat is niet weinig, maar zouden meer middelen niet meer oplossen?

Crevits: “We geven in Vlaanderen al elk jaar 320 miljoen euro uit aan gelijke kansen. Maar het probleem is dat de resultaten niet worden gemeten. We zijn naar een systeem aan het zoeken om dit wel op te volgen. Uit het Pisa-onderzoek blijkt ook dat meer geld niet noodzakelijk tot betere resultaten leidt. Daarom hopen we ook dat ook de Limburgse onderwijsbudgetten niet te versnipperd raken.”

HbvL: Zijn slechte schoolresultaten vaak niet het probleem van gebrek aan ambitie? Scholen hoeven zich ook niet met elkaar te meten, dus kunnen ze het zich net zo goed makkelijk maken. Hebben we geen centraal examen nodig zoals andere landen?

Crevits: “Nee, want in Frankrijk hebben ze zo'n systeem, maar daar hebben ze de lat van de baccalauréat ook verlaagd. Wij hebben onze eindtermen waaraan de leerlingen moeten voldoen. En uiteindelijk staan we in Vlaanderen nog altijd aan de top, boven Frankrijk.”

--------------------------------------------------------------------------------------------

Interview overgenomen uit HbvL-Plus - Zaterdag 10 december 2016

Klik hier om de krantenversie te lezen

---------------------------------------------------------------------------------------------

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookie Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.