Vlaams minister voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen trekt vandaag het debat over het woonzorgbeleid van de toekomst los met een discussienota programmatie. “De nota informeert, we nemen nog geen standpunt in. Het is een basis voor overleg met de sector. Maar
we moeten weten hoe groot in Vlaanderen de vraag is naar zorg, nagaan hoe die vraag in de toekomst zal evolueren en zorgen dat we voorbereid zijn.”

De levensverwachting stijgt, de bevolking vergrijst. Ouderenzorg is een issue. Opdat iedereen die het nodig heeft, zorg op maat zou hebben, moet er voldoende aanbod zijn, goed gespreid ook over het land. Die zorg moet betaalbaar blijven en vlot toegankelijk zijn. Daarom is programmatie belangrijk: de planning van een aanbod voor de toekomst dat voldoende flexibel is. En dat is een bijzonder complexe aangelegenheid, alleen al omdat de vergrijzing een complex fenomeen is. Het vereist acties van verschillende beleidsdomeinen: van Welzijn, Ruimtelijke Ordening, Wonen, Wetenschapsbeleid, Innovatie, Economie, Werk, en van verschillende beleidsniveaus.

Met het woonzorgdecreet is de basis gelegd voor de toekomstige organisatie van (woon)zorg. Met het woonzorgdecreet is een brede waaier van voorzieningen ontwikkeld zodat meer zorg op maat, en de wens van mensen om de regie van het leven in handen te houden, ook als men zorgbehoevend wordt, kan gerealiseerd worden. Nieuwe woonzorgvormen Het woonzorgdecreet voorziet in groepen van assistentiewoningen, als opvolgers van de serviceflats, met meer zorggaranties. In overleg met de sector werd een conceptnota “Groepen van assistentiewoningen” geschreven. Hiervoor wordt momenteel een uitvoeringsbesluit geschreven. In de lijn van het woonzorgdecreet wordt hierbij ingezet op de samenwerking van de verschillende (woon)zorgvoorzieningen.

Babyboomers
Het woonzorgdecreet vertrekt van de uniciteit van elke mens. Het profiel van de senior is gewijzigd. Vandaag 60 zijn is anders dan 20 jaar geleden. De 60-er van nu is ‘jonger’. De babyboomgeneratie die straks met pensioen gaat, is ook beter geïnformeerd, mondiger en daardoor ook kritischer. Ouderen die er door een scheiding alleen voor staan, zijn talrijker. Er is een sterke stijging van het aantal alleenwonenden: ten opzichte van 2007 zal het aantal alleenwonende 80-plussers tegen 2021 met 49% zijn toegenomen. Tegelijkertijd zal het aantal collectief wonende 85-plussers toenemen van 26.000 in 2007 tot 49.000 in 2020. 36% van de ouderen heeft minstens één kind dat in een straal van één km woont, 60% in een straal van vijf kilometer. In de jaren met kans op functionele beperkingen is er een duidelijke verschuiving naar zwaardere beperkingen, vooral bij de oudste vrouwen. Op termijn zullen er naar verhouding meer zorgbehoevende ouderen staan tegenover minder zorgverlenende vijftigers.

Assistieve technologie
De cijfers over de vergrijzing maken duidelijk dat een lineaire extrapolatie van het huidige woonzorgaanbod niet volstaat om de toekomstige behoefte aan (woon)zorg in te schatten. “We zullen rekening moeten houden met omgevingsfactoren die het (woon)zorgaanbod zullen (kunnen)
beïnvloeden. Assistieve technologieën zoals telemonitoring en geavanceerde domotica zijn van belang om mensen zolang ze dat wensen thuis, in de samenleving, de regie van hun eigen leven te laten behouden. Assistieve technologie versterkt hun autonomie en verhoogt de kwaliteit van hun
leven. Het betekent ook een ondersteuning van de professionele zorgverstrekker én van de mantelzorger en dat leidt dan weer tot betere zorg,” aldus Vlaams minister Vandeurzen.

Onderhandelde zorg
“We zullen de zorg moeten ‘vermaatschappelijken’,” zegt Jo Vandeurzen, “zorg zal zoveel als mogelijk geïntegreerd in de samenleving moeten verlopen, vertrekkend van de thuissituatie en in samenwerking met iedereen die een rol heeft in de zorg- en hulpverlening. Dat zijn de mantelzorgers, de professionele zorgverstrekkers, welzijns- en gezondheidsvoorzieningen, lokale besturen, vrijwilligers. Vermaatschappelijking van de zorg is dan onderhandelde zorg die het versterken van het burgerschap – het volwaardig deelnemen aan de samenleving van zoveel mogelijk burgers - voor ogen heeft.”

De bijsturing van de programmatie van de verschillende (woon)zorgvoorzieningen zal moeten gebeuren op basis van verfijnde parameters, aan leeftijdsgroepen aangepaste wegingen en moet het aanbod in lijn brengen met de vraag naar zorg. De uitvoering van de Vlaamse programmatie vergt een globale aanpak. Er is een regionale zorgstrategie nodig om een optimale spreiding van het zorgaanbod en het wegwerken van lacunes te kunnen realiseren. Er zal dienen te worden nagegaan hoe vraag naar en aanbod van zorg lokaal op elkaar kunnen worden afgestemd en welke rol de lokale besturen daarin kunnen opnemen.

Er zal in (woon)zorg dienen geïnvesteerd te worden. Woonzorg is vandaag een gedeelde bevoegdheid. De Vlaamse overheid dient het urencontingent gezinszorg met jaarlijks 1,5% tot 3% te laten toenemen (zonder indexering). De federale overheid dient in de residentiële sector te
investeren met een jaarlijkse groeivoet van 3,4% (zonder indexering) en in de thuisverpleging met minstens 3,2% (zonder indexering). Daarnaast zijn er middelen nodig voor innovatie in zorg.

De discussienota die Vlaams minister Jo Vandeurzen vandaag uitbrengt, bouwt verder op het woonzorgdecreet dat sinds 1 januari 2010 van toepassing is. U kan de discussienota van Jo Vandeurzen downloaden op www.ministerjovandeurzen.be